Terug naar Thessa

De vakantie loopt een beetje op zijn einde. We rijden nu zo’n 300km terug naar Thessaloniki. De temperatuur lijkt altijd maar hoger en hoger te worden. Onderweg stoppen we bij een dorp langs de autostrade waar ik de naam niet meer van weet. We gingen snel een snackje eten. We passeerden voorbij een soort frituur, maar liepen voorbij. De uitbater leek niet zo heel vriendelijk en uitnodigend.

Nadat we een paar honderd meter de straat ingelopen zijn, bleken de meeste plaatsen bakkerijen te zijn. We keerden dan ook terug naar frituur Stavros. Het bleek een zeer vriendelijke man te zijn die zijn best deed om in het Duits of het Grieks te laten bestellen wat we wilden. “Bifteca, souvlaki, porcetta on plate or pita with tomatosh, onions or potatos or fetta?”. Ik bestelde een pitta boordje met een souvlaki, ajuin en tomaat, maar kreeg een pitta met ook popatoes (frieten) er in. Hij vond waarschijnlijk dat het boordje anders niet genoeg gevuld was. Hij maakte zijn broodjes zelf en die waren super lekker, en ook de souvlaki was njammie. We dronken er een flesje retsina bij, waarna we onze trip konden verder zetten.

Aangekomen in Heaven Hotel bleken alle kamers bezet te zijn “because there is a wedding”, wist de receptionist ons te vertellen. Hij vertelde ook dat hij in Beglië geweest was en dat de Belgen, in tegenstelling heel stil waren. “Greek peoples are very loud!”, bekende hij ons.

Na we in de poolbar een cocktail verorberd hadden, deden we nog een zwemmeke en gingen we richting kamer, want iedereen was een beetje afgemat door de hiitte.

Onze laatste dag Thessa… was aangebroken. Morgen moeten we om 6u30 onze huurwagen terug inleveren. We besloten dan ook nog één keer de stad in te gaan. We hadden immers ‘The White Tower’ nog niet bezocht. We namen de Uber tot in het centrum, dat zo’n 20km verder lag. Dan moesten we niet naar een parkeerplaats zoeken en zo. Een supervriendelijke chauffeur bracht ons vliegensvlug ter plaatse en deed hierbij een paar super smalle straatjes aan die hij nog wel OK breed vond.

Nadat we eerst een teleurstellend boottochtje deden met een zeer mooi versierd piratenschip, klommen enkele moedigen de toren op. Binnen was er niet heel veel te zien buiten oude munten, enkele foto’s en schermen waarvan 2/3 het niet meer deed. Maar het leverde wel een stevige klim op (trappen) en een mooi uitzicht boven op de toren.

Toen we ziiknat van het zweet terug beneden bij Bart waren, was het al snel duidelijk dat het veel te heet was om onze trip in de stad verder te zetten. Gelukkig vond Bart een zeer geschikt restaurant voor de lunch enkele straten verder. Dat was het restaurant ‘Deka Trapezia’, waar we vergast werden op enkele super originele kleine happen om te sharen. Ook nu weer kwam er een fles Retsina (wel de betere vversie) op tafel. We sloten zelfs de lunch af met een voorlaatste Tsipouro en shareden daarna nog het lokale dessert van Thessaloniki, de ‘Armenonville’.

Het restaurant was gelukkig gelegen in een zijstraat aan de zee, met enkele flinke bomen er in. Er was een lauwe bries en we aten dus nog een laatste keer buiten. We besloten dan wel dat het echt terug was en bestelden toen ook direct een Uber terug naar het hotel.

Eens daar aangekomen, bleken daar ook de gasten van het trouwfeest te arriveren. Al zingend en met griekse muziek op de ghetto blaster gingen ze met een 40 tal mensen enkele kamers verder in er werd er luid gefeest en gedanst. We vroegen aan één van de mooi opgemaakte dames of de trouw vandaag was en die bevestigde dat het haar broer was die trouwde. Toen we ook vroegen wanneer de bruik kwam, vertelde ze “she doesn’t come to here today”. Rare mensen, die Grieken.

Maar ambiance was er wel. Er passeerden ons de meest mooie exemplaren van de Griekse bevolking, opgemaakt en opgekleed. Super mooire mannen en vrouwen. Toen Bart ook zijn kop buitenstak om naar de mooie Griekse dames te kijken, passeerde helaas bomma Maria en was hij een beetje teleurgesteld.

Nu nog een laatste keer de pool in, en – ik kon het niet laten – misschien nog eens bij een Aziatisch restaurantje hier in de buurt. En morgenvroeg… terug naar huis. Ik kijk uit naar meer normale termperaturen, maar we zullen de mooie landschappen en de super vriendelijke bevolking hier in elk geval missen…

Taverna with a view

Gisteren was onze laatste volle dag hier in de bergen en in het groen. We hebben dan ook de tijd genomen om enkele must-see plaatsen te gaan bezoeken. Een eerste stop was de archeologische site van Dodoni. Daar aangekomen bleken we amper 45 minuten te hebben om de site te bezoeken, want die ging om 12u dicht, “because of hot weather”.

Onderweg hadden we wat tijd om wat te praten, en bleek iedereen wel een kwaaltje te hebben. Ik noem ze even op: lekoog, klakoor, muggenbeten en Rammstein in reet.

Daarna keerden we terug richting Iaonnina, maar kozen we voor een bestemming aan de overkant van het meer. En wel bovenop een berg van 980m, waar we lunchten in Taverna ‘Den Uil’ in Liangiades. Het uitzicht op Ioannina en het meer was er adembenemend. Het eten was er gelukkig wat afwijkend van de standaard gerechtjes en was dik in orde. We kregen er zelfs na onze drie gedeelde appetizers en Barts’ slaatje een ijsje van het huis. Die Grieken zijn echt wel gastvrij in het kwadraat!!

Eens we de lunch achter de kiezen hadden, reden we verder richting de grot van Perama, wat één van de grootste tien grotten ter wereld zou zijn, volgens de lokale gidse.Die brabbelde minutenlang in het grieks over ‘stallaegmietesh’ en ‘stallagtietesh’. Daarna deed ze de uitleg in het Engels. Zelfs dit klonk wat onverstaandbaar en beperkte zich meestal tot ‘watch your head because low rocks’ en ‘watch your step because slippery’. In de grot bevat de route meer dan 600 trappen, waarvan de meeste op 1/3 van de route. Op die plaats was de grootste holte en mooiste holte van de grot te zien. Om uit tde grot te gaan was het laatste stuk een trap van meer dan 165 tredes naar boven. Ik keerde terug met Iris langs een andere doorgang naar de ingang van de grot (met een tweede gids). Line en Bart deden de volledige route. In de grot was het 18°, en toen ze aan de oppervlakte waren deed de gidse de deur van de uitgang van de grot open en werden ze in het gezicht geslagen met een hitte van bij de 40° en nog zo’n 60 trappen te gaan.

Daaarna vervolgden we onze weg terug naar Vitsa. Line ging een massage laten doen en de rest van het gezelschap ging ondertussen wat kaarten. Bart behaalde zijn derde overwinning in ‘Oh Hell’ met 110 punten! Ik daarna ook nog eens, maar met veel veel minder.

’s Avonds gingen we nog lunchen in ‘Kanella & Garryfallo’, een plaats die onze hotel receptioniste beschreef als ‘gourmet’ restaurant en dat op 250 meter van ons hotel ligt. We kregen een plaatsje langs de weg op hun terras. Maar toen we bijna van het terras gelblazen werden door een plots opkomende wind, en ervoor vreesden dat de parasols het zouden begeven, vroegen we toch (en ook alle andere tafeltjes) om aan de andere kant van de weg onder hun overdekt terras aan het restaurant te gaan zitten. Het eten was er lekker, al was het wel duurder of het gemiddelde restaurant hier. En met duur bedoel ik dat we zo’n 35 euro per persoon uitgaven, inclusief de wijn en het bier.

Hun specialiteit zijn gerechten met champignons. We deelden er na onze hoofdgerechten nog een dessert met gecarameliseerde champignons op een yoghurtijs met limoen en gekonfijte gember er bresilienne. Super!

In dit restaurant hadden de mannen nog een zeer mannelijk gesprek over hoe de body lotion in het hotel lekker rook, zeer snel in de huid trekt en totaal niet vettig is. Bart met een T-shirt van ‘Graspop’ aan en ik met eentje van ‘Five Finger Death Punch’.


Zon, zee en… site

Het was tijd om een bezoekje aan de kust in te lassen. We zaten wel nog ongeveer 150km van de kust, maar we hadden er de lange rit wel voor over.

Na een tijdje wennen zelfs de supergroene en -mooie berglandschappen van het Vikos–Aoös Nationaal Park, en keken we uit naar andere landschappen. Ik was in de veronderstelling dat we richting kust uit de bergen zouden geraken, maar niets bleek minder waar. We bleven bergen (welliswaar kleinere) hebben tot aan de kustplaats Sivota.

Onderweg maakten we ook nog wat tijd voor een beetje kultuur. We hielden halt bij het Necromanteion van Acheron, een Griekse tempel die gewijd was aan Hades en Persephone. Enkele straatjes verder kochten we ook allemaal zeesletsen, die we daarna echt hebben kunnen gebruiken op het rotsstrand.

Eens aangekomen in Sivota aten we er in een beach-bar/restaurant met de naam Ionion die ik ’s morgens vond via ChatGPT. We bestelden er mosselen met look, gegrilde octopus en gamba’s met couscous. Naar Griekse gewoonte shareden we alles. Alle gerechten waren superlekker. Na een Griekse koffie en een verkleedpartij in een Grieks toilet dat alweer niet op slot kon, waren we klaar voor het strand.

Ionion had ook een eigen strandje met ligstoelen en parasols, maar het was er zodanig druk dat we besloten een baaitje verder te gaan zoeken. Na een paar kilometer vonden we dit ook. Nadat we via een trap de rotsen afdaalden, kwamen we op en klein strandje waar ook wel wat volk bij mekaar lag, maar niet zoals aan onze beach-bar. We ploederden af en toe wat in het water en lagen voor de rest te genieten van een smoothie op onze strandstoelen. Maar wat een uitzicht alweer. Heel wat anders dan de Belgische kust met de saaie appartementsblokken.

Gisteren was het dan weer tijd om een bezoekje te brengen aan Ioannina, de hoofdstad van deze streek. Het bleek achteraf één van de warmste dagen te zijn (39°). We wandelden er eerst door het fort, nadat bleek dat de sluitingsdag voor de musea in Griekenland dinsdag is. Dus het zilversmid museum en het archeologisch museum bleken geen optie. We bezochten er wel nog een ex-moskee, dat nu een klein museum is met wat Ottomaanse en Joodse kledingstukken, zilverwerk en wat huisgerief van in die tijd.

(Foto’s van het eilandje en het fort volgen misschien nog.)

Ioaninna is gelegen aan een groot meer met op dat meer een eiland. Na ons bezoek aan het fort namen we een bootje naar het eiland, likten er even aan een paar vitrines van de toeristische winkeltjes en aten toen onze lunch aan de rand van het meer. Zoals steeds was het ook hier niet echt druk. Het eiland is gekend voor zijn restaurants met producten uit het meer. Zo kan je er rivierkreeftjes eten, paling en kikkerbillen. Wij gingen voor de kreeftjes en de kikkerbillen (vooral omdat Iris herinneringen had aan de tijd dat we dit thuis af en toe eens aten). Na aan fikse wandeling rond het kasteel en aan de oevers van het meer, kwamen we alweer bij onze trouwe, maar slome Hyundai. We zouden nog de Perama grotten doen vandaag, maar het was helaas al wat laat. Dus besloten we nog een klein zwemmeke te doen in ons klein zwembadje van het hotel.

Line stelde vaste dat onze kamerdeur niet open ging met haar bankkaart, waarna ze heel even dacht dat ze aan de verkeerde deur stond. Daarna nog een beperkt avondmaal in ons hotel door en afgesloten met een partijtje Oh Hell. Bart en ik wonnen elk nog een keertje. Om niet te veel bagage te moeten meesleuren terug naar Thessaloniki, dronken we onze fles Tsipouro leeg die we onderweg kochten. We vroegen hiervoor een ice-bucket. Het soldaat maken van e fles Tsipouro en enkele Vergina biertjes resulteerde nog in een kort ijsblokjesgevecht, waarbij er eentje in het decolleté van Iris verdween en terstond smolt.

Vitsa

We zijn inmiddels doorgereden naar Vitsa, gelegen in een bergachtige streek met veel mooie bergdorpjes en waar de huisjes allemaal gebouwd zijn in rotsstenen.

Ons hotel (Kores Boutique & Spa) is niet helemaal wat we in gedachten hadden. De kamers zijn zeer mooi, maar er is geen buitenzwembad. Wel een klein binnenbad. En er is geen airco op de kamers. Gelukkig is het hier enkele graden frisser en koelt het in de bergen ’s nachts af tot 23-24° Celsius. Maar dat is pas het tweede deel van de nacht. Voor mezelf betekent dit alvast minder nachtrust.

Sommige mensen hebben het echter wel getroffen met hun kamer, want terwijl wij kunnen slapen in een ‘gewone’ kamer, slapen zij in de suite met dubbel bed en twee enkele bedden, hebben ze een bubbelbad en kunnen ze zelfs hun TV draaien!! Ook hun haardroger en ventilator zijn beter en groter. Die van ons, die er eerst niet was, maakte na 10 minuten een rammelend lawaai. Dus we hebben die ook niet kunnen gebruiken.

De eerste avond hebben we kunnen genieten van Griekse muziek dat live gespeeld werd in ons hotel door twee mannen met een bouzouki en een gitaar. Super mooi, maar na een tijd wel veel hetzelfde. En naargelang de avond vorderde en we naar middernacht toe gingen zaten wij daar nog alleen met een paar mensen van het hotel en de muziekgroep. We zijn dan maar richting bed gegaan.

Voor ons vertrek hadden we een deal gemaakt dat Iris en Bart een Ouzo zouden drinken als ik een paar olijven zou eten. Ik had me aan mijn deel van de deal gehouden, en tijdens het optreden van de Griekse meneren was het aan hun beurt om hun deel van de deal uit te voeren. Bart dronk het hele flesje, wel met grimassen en de nodige uitdrukkingen van walging uit. Iris kreeg meer één of twee slokjes binnen, terwijl ze haar neus moest toe nijpen om niet de stank van de anijs te moeten ruiken.

Toen we naar onze kamer gingen die gelegen is in een ander gebouw drie verdiepingen lager dan de receptie, namen Line en ik de verkeerde deur en zaten we bij de Staf. Het resultaat was dat we met onze domme gezichten in een ruimte stonden met emmers, bezems en kuisgerief. We hadden al veel de Staf tegengekomen (Staff only), maar nu konden we er ons ook iets bij voorstellen. Wat volgde waren luide schaterlachen, die zelfs de dikke nekken in de suite konden horen.

Gisteren zijn we langs enkele bergdorpjes naar de Vikos kloof gegaan, wat weer een aantal adembenemende landschappen met zich meebracht. Die kloof staat in het Guiness book of records als de diepste kloof ter wereld, maar blijkbaar is er hiervoor wat met de cijfers van andere kloven gegoocheld. Na zo’n lastige uitstap (zeer korte bergwandeling) dronk ik er zelfs een ‘Green Freak’ smoothie met spinazie, wortel, appelsien en ananas. We gingen er ook nog eens langs een kapelletje dat aan de kloof gelegen was in de rotsen. In één van de bergdoprjes aten we een alweer veel te uitgebreide lunch.

Onderweg passeerden we de ‘Stone Forrest’, waar een aantal vreemde rotsformaties door de natuur in den decor verspreid lagen, en waar bezoekers er nog een aantal bijmaakten. Super mooi met de bergen als achtergrond.

Moe maar voldaan kwamen we terug in Vitsa, waar de vrouwen een plonske deden in het zwembad en de mannen zich inwendig bevochtigden aan de bar. Nadat we een spelletje Oh Hell gespeeld hadden, die ik glansrijk won (gisteren hadden de anderen hun best gedaan om mij alle -5 punten te geven en was ik afgegaan als Willy De Gieter) en dat gepaard ging met een proevertje van de honingwijn die we onderweg kochten (die trouwens meer leek op een zoetzure wijnazijn dan op iets lekkers) en een Tsipourootje, aten we nog in ons hotel en konden we alweer de niet zo heel frisse nacht in.

Dat was ik nog vergeten… Wanneer we naar hier reden en stopten in een dorpje voor een lunch, waren we nog getuige van een huwelijksstoet van de kerk naar het gemeentehuis, compleet met madammen in traditionele kledij en muzikanten, dans, … Ik dacht dat de bruid twee mannen had, maar het bleek een waaier en een echtgenoot te zijn. Leuk tafereel!

En vandaag? Richting kust voor een daguitstap!!

Bye-bye Ananti

Vandaag is onze laatste dag in hotel Ananti in Trikala en vertrekken we richting Zagori, zo’n 180km verder naar het Westen. Blijkbaar is het nu een rustige periode voor de toeristen en wordt het in Griekenland drukker vanaf de tweede week van augustus.

Ik beschrijf even de trip van onze kamer naar het zwembad. Je loopt de gang door (wij zitten op de -1 verdieping, neemt daar de branddeur waar in geen enkele taal het woord ‘Exit’ op staat, neemt die lift naar de eerste verdieping, loopt dan een lange gang door en daar neem je de pornolift naar het derde verdiep. Het hotel is vrij uitgestrekt en ligt op de top van een heuvel. Achteraf bleek het makkelijker. Je gaat die branddeur door, loopt de lange gand door, je neemt daar de deur van de garage (waar onze wagen geparkeerd stond en waar soms enkele zwaluwen komen schuilen voor de warmte), loopt dan naar de andere kant van de garage en neemt daar onmiddellijk de pornolift. Waarom we die pornolift genoemd hebben weet ik niet meer. Maar als ik hier nog eens kom, dan doe ik zeker mijn zonnebril aan in de lift.

Des morgens zijn we eerst het stadje in gereden om eens naar het Byzantijnse fort van Trikala te gaan kijken. In het fort waren er twee taverna’s, maar voor de rest waren het de muren van het fort, een binnentuin en een klokkentoren. Je kon er nergens binnen. Om daar te geraken deden we een deel van de oude stad, waarbij de straatjes soms zo smal werden, dat we bijna onze Hyundai moesten opplooien om er door te geraken.

Daarna gingen we naar een lokale Tsipouro fabrikant en wijnhuis, Tsililis genaamd.. We zijn er, naast alles over de korte geschiedenis van dit bedrijf, ook nog van alles te weten gekomen over de Grieken en hun gewoontes. Want we werden er heel vriendelijk ontvangen door Marina, zelf zonder een afspraak en terwijl dit wel zo op hun site gevraagd werd. We deden er een degustatie van 6 wijnen (van elke kleur twee) en twee Tsipouro’s. Tsipouro is een brandewijn, te vergelijken met een Marc in Frankrijk, dus gemaakt van de afval van de geperste druiven. De wijnen waren trouwens ook allemaal super! We dronken er dan ook eentje gisteren in het hotel.

Het plan was om dan terug te gaan naar het hotel, daar een snack te eten en dan nog naar een nabijgelegen grot te gaan die pas enkele jaren terug open is. Dat is een beetje mislukt, want we waren pas klaar met onze snack om 14u30, en de grot sloot om 15u30.

We hebben dan maar een siesta dag ingelast en hingen een beetje rond aan de pool. ’s Avonds deden we nog de Griekse avond op het dakterras van het hotel. Wat ook klopte, want het zat er vol met Griekse locals.

Meteora

Gisteren was het tijd voor een bezoek aan de Meteora. Indrukwekkende rotsformaties met boven op sommige van die rotsen kloosters. We vertrokken wat vroeger omdat het nog wat fris zou zijn buiten. Al gauw bleek dat dit tegen 10u al een beetje om zeep was en het toch zo’n 39° zou worden die dag.

Maar niet getreurd, want de views in de Meteora waren fenomenaal. We hadden er allemaal wel al foto’s van gezien, maar die landschappen in het echt bekijken was toch andere koek.

We bezochten een paar van de kloosters. Bij het eerste liep het al verkeerd, want blijkbaar werkte het betaalbakje van de niet zo vriendelijke tiep aan de ingang niet. En onze Euro’s lagen in de wagen. Geloof me, je hebt geen zin om terug 100 trappen naar beneden en naar boven te doen in die hitte om 20 Euro te gaan halen. Dus we dropen dan maar terug af.

Bij het tweede klooster waren we wel voorzien van de nodige cash. Dat klooster bleek het oudste en grootste klooster te zijn… en het klooster met de meeste trappen. Wel zo’n 300. We legden die allemaal af op ons eigen tempo. Bart had ons voor het klooster met de wagen afgezet. Maar er waren nog wat mensen die de kloosters wilden bezoeken en toen de wagen geparkeerd was beneden aan de berg belde Bart dat we het klooster alleen mochten bezoeken en dat hij ging wachten. Super Bart!

Iris zag het even niet zitten om al die trappen te doen, maar deed ze uit eindelijk wel zonder (veel) morren. Chapeau!!

’s Middags aten we een lunch bij een lokale toeristentaverne. Het zou maar een snackske worden, maar toen Bart hem de ‘local sausages’ bestelden bleken dat drie grote worsten te zijn. Die waren wel zeer lekkker. We deden er een beetje Grieks en shareden alles.

De trip doorheen de Meteora hadden we met een ‘self-driving’ guiding app gedaan, en we kregen dan ook wat uitleg bij elke viewpoint en elk klooster die een beetje de moeite was. We hebben wel een paar afslagskes gemist, maar kwamen telkens wel weer op de goede weg. Op een rustige plaats deed ik ook een proefvlucht met de drone die ik in mijn bagage gepropt had. Als je heel goed kijkt zie je ons viertjes daar naast onze Hyundai staan.

Toen we terug naar het hotel wilden rijden, deed Google maps iets heel raar en maakte die een lus in de route. Dit bleek een smal boswegeltje te zien die aankwam bij een Griekse boer. De wagen draaien was niet echt mogelijk, dus reed Bart vakkundig dit wegeltje ook weer achteruit. Zoals Sam Gooris vroegen we ons af of we geen ‘beir’ zouden tegenkomen, maar die was er helaas niet.

We deden daarna nog een uitstapje richting een oude stenen brug met een waterval er naast. Maar de rivier die moest zorgen voor de waterval bleek door de droogte een klein beetje leeg. De brug was er wel nog…

Trikala

Ondertussen zijn we verhuisd naar Trikala en verblijven we nu in het Ananti City Resort & Spa hotel. Dit hotel heeft wel een zwembad van ‘normale’ grootte. De eerste dag aten we er een lekkere pizza bij aankomst om de tijd wat te doden tot onze kamers zouden klaar zijn. Nadat we ingetrokken waren in onze nieuwe verblijfplaats zwommen we wat om een beetje verkoeling te krijgen.

Het hotel ligt op de top van een heuvel boven de vallei waarin Trikala gelegen is. Het uitzicht is er dus heel mooi en we hebben perfect zicht op de vele vogels en roofvogels die boven de vallei vliegen. De zwaluwen komen zelfs heel dicht en maken duikvluchten over het zwembad om te drinken. Ik deed mijn best om na de lunch een zwaluw na te doen die na een duikvlucht heel veel moeite moest doen om terug op hoogte te geraken, wapperend met mijn armen en daarbij gekke bekken trekkend. Iris proestte het uit van het lachen, omdat ze die zwaluwen ook gekke snavels zag trekken tijdens het vliegen.

Iris demonstreerde ons ook nog de kunst van het ‘achteruit’ zwemmen. Ze zwom met de voeten vooruit recht naar ons. We snapten niet helemaal goed wat ze bedoelde met ‘achteruit’.

Bart bleek dan weer een expert in billen lezen. Deze bekentenis deed hij, nadat hij in het zwembad vertelde dat hij bijziend en verziend was. Ons hotel wordt (denken we) regelmatig bezocht door locals die er een zwemmeke komen doen. Die jonge dames waren allemaal voorzien van hetzelfde uniform, namelijk een bikini met string. We herdoopten ons hotel dan ook gauw naar ‘string hotel’.

Ano Poli

Gisteren deden we op aanraden van Maria een wandeling van helemaal boven in Ano Poli (oude stadswijk) naar het centrum beneden. Samen met Caroline, Iris en Anja hebben we tot nu toe al zo’n 30km gestapt. En dit in behoorlijk warme temperaturen. En Iris stapt dat allemaal gedwee mee. Chapeau!

Het plan was om vroeg te beginnen, ons met een Uber naar boven te laten brengen en de wandeling te doen als de temperatuur nog een beetje OK was. Dat van die Uber is gelukt, maar toen we uitstapten bleek het al bloedheet te zijn.

De wandeling bleek verder voor een bijzonder kerk- en kloostervolle dinsdag te zorgen. We bezochten er een aantal van, waaronder de belangrijkste kerk van Thessaloniki, de Hagios Demetrios. Hieronder enkele sfeerbeelden… Eén van de kloosters bleek zelfs een ingebouwd dierenpark te hebben, want er liepen pauwen en ander beestjes.

Toen we terug in de stad kwamen, was het alweer tijd voor de lunch. Na nog een tweede bezoekje aan de siropenwinkel vonden we de ‘Drie Biggetjes’, alwaar we onze lunch verorberden. Ik vermoed dat Iris, Caroline en Anja hierin toestemden omdat ik bij het ontbijt al aan het zagen was (volgens hen dan toch) wat we zouden eten.

Na dit culinaire intermezzo stapten we moe, maar opgewarmd verder naar het hotel. Daar zadelden we onze Hyundai op en vertrokken voor een rit van een uurtje richting kust. Na een korte aanraking met het zeewater, dronken we nog een kleinigheidje in een strandbar en was het alweer tijd om naar het Onoma hotel te gaan voor onze laatste nacht in Thessaloniki.

Tijd voor een frisse douche en een laatste afspraak in de roofbar. Daar zaten Iris en Anja ons al op te wachten met een frisse pint.

Oh ja, jullie vragen zich waarschijnlijk af wie die Anja is. Dat is het alter ego van Bart, die door sommige van zijn contactpersonen zo aangesproken wordt…

Sneukeltocht

Als je door een, zeg maar, half Griekse / half Nederlandse, door de stad geleid wordt voor een zeg maar culinaire wandeling dan krijg je een heel ander, zeg maar, beeld van de stad. Ons beeld van de stad was al een beetje veranderd. Want nu waren het niet vele straten met gesloten winkeltjes (weekend), maar nu was er veel open en was er meer volk op straat.

We wandelden eerst tot aan het kantoor van Maria, en stapten daarna met haar naar een aantal oude voeding winkeltjes om daarna te eindigen met een Griekse familie lunch. Maria bleek echt iedereen in die marktjes te kennen en was een super enthousiaste gidse. Ze leerde ons, naast een aantal Griekse specialiteiten, ook veel van de geschiedenis van de stad.

Ze vertelde ze ons over de eeuwenlange bezetting door de Ottomanen, de uitwisseling van gebieden bij het einde van die bezetting, de grote stadsbrand die de helft van de gebouwen in de stad vernielde, de aardbeving die ook een groot aantal gebouwen beschadigde. In die periode woonden er veel Franse architecten, die hielpen om de stad opnieuw op te bouwen. Nog steeds zie je grote gebouwen met Franse balkonnetjes en Griekse versiersels.

Ze vertelde ook dat er door de Turkse ‘big chief’ ook een groot aantal joden van over naar de stad gehaald om de rijkdom van de stad te vergroten en de invloed van de Grieken zelf te verkleinen. Toen een groot aantal Joden niet meer terugkwamen van de concentratiekampen, bleven die huizen leeg staan. En er staan er nu nog altijd veel leeg. De verhalen over de stadsgeschiedenis leerde ons waarom Thessaloniki een mengelmoes is van verschillende stijlen en waarom er zoveel leegstaande panden waren.

Die buitenlandse invloeden hebben ook veel invloed gehad op de gerechten van Thessaloniki, dat tevens op de kruidenroute lag. Onze smaakwandeling bracht ons eerst bij een winkeltje waar ze Lokum maken (Grieks fruit, hihi) en wat Maria ‘spoon-sweets’ noemde. Hele vruchten, gekookt met suiker tot een plakkerige brij. De traditie wil dat je hiermee je gasten verwelkomt. Er is zelfs een versie gemaakt van rozenblaadjes, die super lekker is en waarvan we enkele potten meehebben naar huis.

Na een stop bij een oud badhuis, bracht de wandeling ons voorbij een koffiehuis, waar traditionele Griekse koffie geschonken werd (je weet wel, met dat gruis er in). Daarna gingen we een bakker waar traditionele ronde broodjes met sesamzaad gebakken werden, en die ook nog traditionele ‘pitta’ gemaakt werd. Dat laatste is bladerdeeg, gevuld met hartige of zoete vullingen.

Bij de koffiebar vertelde Maria ons ook over een oud Grieks gebruik om koffiedik te kijken om de toekomst te voorspellen. Je moet het koffiegruis verdelen over de gehele zijkant van het kopje door het voorzichtig rond te draaien. Daarna ze je het kopje ondersteboven op een bordje. Met de figuren in het koffiegruis dat overblijft in het kopje kan je de drinker van de koffie zijn/haar toekomst voorspellen. Ze ontdekte waarempel een hartje in het kopje van Bart.

We gingen er door de vismarkt, passeerden verschillende kruidenwinkeltjes. Bij één van de oudste kruidenwinkels deed onze gids het verhaal over de kruidenroute en hoe Thessaloniki de culinaire hoofdstad is van Griekenland. Mijn oog viel onmiddellijk op een zak met hop. Ik vroeg me af of ze dit ook in gerechten gebruikten, maar het was ook gewoon voor bier.

Natuurlijk gingen we nog fetta (veel lekkerder of de fetta die je bij ons vindt) proeven en stopten we bij een kaaswinkel om ook de andere Griekse kazen te degusteren. Er was zelfs een kaas bij met cacaobrokken in. Die proefden we niet, maar de andere kazen waren super.

Het standje met de olijven was niet direct mijn favoriet, maar ik proefde ze wel. Dus eigenlijk zijn Bart en Iris nu ook verplicht om een Ouzo te drinken. Bart at er een olijf met chili, die veel pikanter bleek te zijn dan hij dacht. Het was ondertussen al behoorlijk warm en er kwam dus zelfs stoom uit zijn oren.

Daarna volgde nog een typische Griekse familielunch, met een veelvoud van kleurrijke gerechten op de tafel. We aten er ongeveer de helft van op, want het werd allemaal toch een beetje veel.

Nadat we afscheid namen van Maria en haar stagiaire Joni, deden we nog enkele plekjes aan die Maria ons had aangeraden. We stapten eerst naar het Romeinse Forum, waarna de zengende hitte ons noopte te stoppen aan een Grieks café. Daar bleven we een paar pinten te lang hangen, want we kregen onze dorst maar niet gestild. Maar moedig als we zijn stapten we verder naar het Venizelou metro station, die een ingebouwde romeinse heirweg bleek te bevatten. Na een korte wandeling van daar naar ons hotel was het voor ons alweer genoeg geweest.

Oude stenen

De ochtend begon al goed. Ons hotel heeft een aantal (hoog)technologische snufjes. Toen Bart in zijn douche aan het touwtje trok om ik weet niet wat te doen, bleek dit de telefoon te triggeren naast Iris. Die dacht op haar beurt ‘ik neem niet op’. Bart kwam dan ook maar vliegenslvlug uit de douche, nam de telefoon op, waarna de receptioniste vroeg ‘Does anybody have a problem in the shower?’. Foto’s of bewijzen ontbreken hiervan.

We deden vandaag een bezoek aan de archeologische sites van Vergina en Dion. Bij de eerste bestemming moesten we nog een stuk de heuvel op klimmen. Aan de parking beneden zat een oude man met peren en pruimen. Super lekker.

Na ons eerste oudheidbezoekje stopten we langs de terugweg naar de parking bij een Taverna. Daar zat een Griekse familie zelf te lunchen. Het bleek ‘self service’ te zijn voor het eten. We mochten er kiezen uit een aantal bain-marie bakken. Ik koos voor gestoofd rundsvlees, gestoofde artisjokkenbodems en wat aardappelen. De vrouwen gingen voluit voor de moussaka en Bart koos voor het Griekse slaatje. Allemaal super lekker. Als we voorbij de tafel van de locals passeerden, kreeg Bart een glaasje brandewijn aangeboden (naam weet ik niet meer) die de locals soms drinken bij hun eten. De smaak gaat naar een France Marc.

Daarna reden we verder naar Dion. We passeerden een streek waar overal ooievaars bleken te zitten. Ook op de site zelf aan de voet van Mount Olympus, vloog ons een ooievaar voorbij.

Wanneer we daar, na een vrij stevige en warme wandeling terug vertrokken, passeerden we velden en velden van wat wij dachten druivenstokken te zijn. Na nader onderzoek ging het om… kiwi’s! Vlak hiervoor aten we aan de inkom van de site een ijsje, waar Iris verdomd veel las bleek te hebben met het verwijderen van het papiertje van haar ijsje.

Het was ons al opgevallen, maar de Grieken geloven niet echt op duidelijk aangegeven rijstroken. Wanneer Google maps zegt om de middelste rijstrook te nemen, is het altijd een beetje gokken waar die is.

Wanneer we moe maar voldaan terug aan ons hotelletje kwamen, namen we een frisse douche. We zouden daarna in de rooftop bar een beetje chillen. Maar er bleek een privé feestje te zijn van een aantal rechten studenten. Gelukkig konden we nog op het tweede dakterras zitten. Deze kant van het dakterras is op zich wel mooi, maar toont ook een stuk desolaat deel van de stad met zelfs een groot aantal lege, kramakkelige gebouwen.

We leerden er wel Tania, onze oberin van dienst, kennen als Bart aangaf dringend een advocate nodig te hebben. Want de meeste gasten van dat feestje waren jonge, Griekse dames. Tania stelde voor om haar zus eens mee te brengen en aan Bart voor te stellen :-).