Jakarta > Yogjakarta

Gisteren zijn we met de trein van Jakarta naar Yogjakarta gereden, een ‘special territory’ in West Java onder het bewind van de tiende Sultan. De treinrit was aangenaam, maar ijskoud. Vooral ‘s ochtends was het om te bevriezen. De rit nam zo’n 7 uren in beslag.

Maar we passeerden wel voorbij kilometers en kilometers aan rijstvelden en aanverwanten. Onderweg kregen we nog een treinlunch tussen de kiezen, die al bij al nog wel meeviel: nasi goreng bakso (voor de anderstaligen onder ons dus gebakken rijst metvleesballetjes).

Eens aangekomen in het Jambuluwuk Malioboro hotel waren we te moe om nog heel veel te ondernemen. Ik zag op de kaart in de bar ‘Soju’ op de kaart staan. Ik vroeg aan de kelnerin wat het was, maar verder dan ‘you want?’ kwam ze niet. Ik besteld er één met mango smaak. Achteraf bleek het dit te zijn, en zo’n 20° sterk. En dat in 33cl. Vanavond drink ik de tweede helft op.

‘s Avonds waren we te moe om nog iets te ondernemen, en aten we alweer in het hotel. Na een bezoek aan het nieuwe Mexicaanse restaurant van het hotel, alwaar een live band veel te luid aan het spelen was, besloten we toch in de Captains Club ons avondeten te nuttigen. Wat mij betreft was het OK (o.a. met mosseltjes), maar zeker niet het beste dat ik hier al gegeten had. Mijn reisgenoten besloten om er een Italiaanse avond van te maken, en bestelden pasta. Alles was ook in enkele minuten klaar. Dus zeker niet vers klaargemaakt.

Eitjes koken

Gisteren hebben we één van de kraters van een actieve vulkaan Tangkuban Parahu (omgekeerde boot) geweest. Nadat we even van de zwavelluchten konden genieten, zijn we verdergetrokken naar een soort ‘thema park’ van warmwater bronnen en hebben we een zwemmeke gedaan in zo’n badje (ongeveer 50°). Na enkele minuten was er al sprake van enkele gevallen van licht gekookte eitjes.

Daarna zijn we terug de stad ingetrokken voor een lunch. Helaas was het ‘no beer here’, want we hadden dorst. Nadat we nog een Pisang Goreng (gebakken banaan) aten als dessert, trokken we verder de stad in om naar een dans- en zangschool geweest.

Daar aangekomen zagen Line en ik dat we daar bij onze vorige reis naar Java ook geweest waren. We wilden eigenlijk niet meedansen met de kinderen, maar dankzij onze gids Robby waren we alsnog een beetje gejost. Maar eerst hebben we een snelkursus Angklung gekregen (bamboe muziekinstrument). Het was tof en zelfs een beetje muzikaal te noemen.

Jakarta-Bandung

We zijn gisteren in een vijftal uren van Jakarta naar Bandung gereden. Dit kon ook met de skytrain op 35 minuten, maar dan hadden we de sfeer op het eiland niet kunnen opsnuiven. We zijn onderweg ook even gestopt bij de vrouw van onze gids, die ons ook vriendelijk kwam begroeten. In het ‘low-saison’ hebben zij samen een shop van kledij en dergelijke.

Het ontbijt in ons eerste hotel was er eentje van niveau. Ik at er eerst een nasi goreng met nog wat super lekker gebakken spinazie en wortelen (en een beetje veel look). Maar ik besloot toch mijn ontbijt af te sluiten met een groene boterham.

Voor we deze grote trektocht aanvingen, bezochten we eerst nog de botannical garden in Bogor, 80 hectaren met planten en bomen uit heel Inonesië (en de rest van de wereld). Er was ook een orchideeën paviljoen, waar een 3000 verschillende orchideeën zouden te vinden zijn. Er stonden er helaas maar een drietal in bloei.

Onderweg stopten we ook even langs de weg voor een zeer lekkere (gruis)koffie, en bij een theeplantage en enkele rijstvelden. We kwamen er ook een sprinkhaan van zo’n slordige 10cm tegen. Voor de lunch stopten we bij een patisserie/restaurant, waar we super gegeten hebben.

Toen we ‘s avonds te laat in onze Holiday Inn gedropt waren, besloten we van in ons hotel te dineren. Tot nu toe is er één constante in het dineren in de hotels. We weten altijd ongeveer wat we bestelden, maar niet helemaal zeker wat we uiteindelijk zouden krijgen. De eerste avond duurde onze uitleg zo’n 45 minuten. Onze kelnerin van de Holiday Inn sprak goed Engels, maar was niet zo heel goed op de hoogte van de gerechten. Zo zou de Peking Duck een sharing gerecht zijn voor twee personen, maar bleek dit wel maar voor één persoon. Er zou ook geen rijst bij zijn, dus we bestelden we extra ‘fried rice’. Wat we kregen was een gerecht voor één persoon waar al rijst bij was. En een extra portie gewoon gestoomde rijst. Wat Bart bestelde als ‘little spicy’ bleek ook ongeveer even pikant als mijn ‘doe maar goed spicy’. Chili all over the place. Dus we moesten wat ‘Hati-hati’ zijn (opletten) bij het verorberen van onze noedelgerechten. Gelukkig kostte deze uitspatting maar 625.000 Roupia.

Aangekomen in Jakarta

Na een lange, aangename maar ijskoude vlucht zijn we met een tussenstop van een viertal uren in Dubai toch in Jakarta beland. Het was ondertussen al een dag verder en hier 16u in de namiddag, dus onze pijp was uit. Gelukkig had ik bij het opstappen op het vliegtuig van een lieve stewardess een – te beperkte – schoudermassage gekregen.

Met die uitte pijpen besloten we in ons hotel ons diner te nuttigen. Onze kersverse gids Robbie had het aan de receptie gevraagd en het kan. Maar wat een avontuur… Na een dertigtal minuten hadden we toch twee gerechten gevonden waarvan we een vermoeden hadden dat ze zowel rijst of noedels, groenten en vlees of vis gingen bevatten. Onze kelnerin beschreef haar Engels als “my English is little’.

We hadden in de luchthaven al voor zo’n slordige 8 miljoen Rupia gezorgd, zodat we ons avondeten konden betalen. Daarenboven moesten we ook nog een ‘deposit’ betalen aan de receptie omdat we in het hotel iets gingen drinken, en dat we eventueel zonder betalen zonder vetrekken.

Mijn veel te gaye valies (die gouden valies) kwam zo’n tiental minuten na de andere vrolijk de band op gerold. Dus het was al even zweten, des temeer daar het buiten zo’n 32 graden was.

Ook de flessenopener voor ons bier was ‘speciaal’. En ik vermoed dat ze na onze twee pinten (elk) toch al onmiddellijk naar de brouwer gebeld hebben om vers bier aan te voeren. Ik denk dat ze anders in geen maand tijd zoveel bier verkopen. Voor het spuitwater moesten we zelfs naar de Spar naast het hotel, maar die had er helaas ook geen :-).

Aftellen

We zijn ons stilletjes aan het voorbereiden om te vertrekken. Ik heb daarnet onze hotels en onze ‘itinerary’ nog eens bekeken. Valiezen moeten nog gevuld worden, maar liggen al klaar. Nog een paar dagen, en dan… hop naar Jakarta!

Aan alles komt een eind

We zijn bijna klaar voor ons laatste ontbijt hier in Zuid-Afrika. Daarna naar Cape Town International Airport om rond 16u20 te vertrekken naar Istanboel.

Gisteren hebben we nog een boottochtje gemaakt naar robben island om naar de zeehondjes te gaan kijken. Het was nog best wel een wilde zee, maar Line hield haar manieren.

Daarna ging de tocht verder van Houtbay naar Bloubergstrand, waar het wereldberoemde uitzicht op de tafelberg te vinden is. Op de tafelberg gaan kon niet (tenzij te voet), want de kabelbaan was in onderhoud voor 2 weken. En te voet was een brug te ver (en tijd te kort).

Om af te sluiten zijn we daarna naar het V&A Waterfront Aquarium geweest om naar de visjes te gaan kijken. Iris was in de zevende hemel en was jaloers op de jongen die een eerste duikinitiatie kreeg in één van de grote bassins.

Na een alweer tumultueuze check-in met een twintigtal pogingen (al reden genoeg om niet meer met Turkish Airlines te vliegen) gingen we nog een hapje eten in Sevruga, alweer in diezelfde Waterfront. En dat was het.

Zuid Afrika is een aangenaam land met supervriendelijke mensen en galante chauffeurs. Mooie natuur en uitgestrekte landschappen. Maar ook met afgesloten compounds met elektrische afsluiting, bewaking, … In elk geval hebben we er van genoten, ook al was het soms koud en nat. En in tof gezelschap is het natuurlijk altijd wel leuk. We hebben veel en goed gelachen :-).

Er is hoop

Wij gaan vandaag onze laatste echte dag vakantie in, dus het einde is in zicht. Ook het einde van Afrika is in zicht, want we zijn gisteren tot op ‘Kaap de Goede Hoop’ geweest.

Dat bracht ons eerst over Chapmans Peak waar ik (die aan het stuur van onze stoere Haval zat) niet mocht kijken, maar op de baan moest letten wegens diepe ravijnen en zo. Daarbij werd ik regelmatig aangemoedigd door Bart met een opzwepende ‘Raaie, Rusy, raaie!’. Sommige landschappen kunnen hier echt recht uit ‘Lords of the Rings’ komen.

Onze eerste tussenstop bracht ons tot bij de Zuidafrikaanse pinguïns aan Boulders Bay. Het is een beetje raar om pinguïns tegen te komen in Afrika, maar ze zijn er wel. En je kon ze al van ver ruiken.

Na een kleine lunch in de ‘Boulders Nibbles’, die terwijl wij erboven zaten eten zijn etablissement beneden even moest sluiten wegens hevige stortregen, trokken we verder richting de Kaap.

Tijdens de rit hebben we nog eens getankt en toen eens goed de prijs van de brandstof bekeken. Benzine 95 kost hier ongeveer €1 de liter. Omdat dit een stuk goedkoper was of bij ons besloot Iris ‘dat loopt hier af (ipv op) met die benzine’.

Eindelijk kwamen we aan op de kaap. Het einde van Afrika, toch aan deze kant. Eén van de doelen van Line op deze reis. Het uitzicht was fenomenaal, maar moeilijk te vatten in woorden en/of beelden. Een zeer sterke wind en twee oceanen die tegen elkaar inbeuken met golven van enkele meters hoog.

We hadden al een aantal waarschuwingsborden tegengekomen om ons te waarschuwen voor de baboons. Maar op de terugweg kwamen we ook die andere apen tegen.

Gelukkig willen hier en daar de vogels ook wel eens poseren voor een foto, want zo heeft Iris ook wat ze wil. We hebben er trouwens al heel kleurrijke en mooie tegengekomen.

Daarna zijn we het restaurant voor die avond gaan boeken ‘Wharfside Grill’, maar wel nadat we twee maal onze kar gekeerd hebben aan de KFC. Dat zou het beste visrestaurant moeten zijn van Afrika. Het was er lekker, maar de voorgaande bewering is misschien wel een beetje overdreven. Omdat het al laat en zeer donker was, hebben we voor de gelegenheid een taxi besteld. Toen we vertrokken, was alles er leeg en verlaten (ook buiten), maar gelukkig stond onze ‘driver’ er vrij snel.

Ovenbak

Die Nederlands klinkende woorden in het Afrikaans blijven grappig. Zo is de naam van de deelgemeente van Kaapstad waar wij verblijven ‘Ovenbak’. Het ligt aan de Atlantische Oceaan en een anderhalf uur met de wagen van Kaap de Goede Hoop. Dat wordt onze daguitstap van vandaag.

Gisteren was het slecht weer (koud en regen) en we hadden er niet veel zin in. Na een lekkere lunch bij een Indisch restaurant (Raj), waar ik trouwens een super krab curry gegeten heb, besloten we op onze kamer wat te kaarten. ‘s Avonds was het nog steeds aan het regenen en bestelden we pizza, keurig geleverd dankzij Uber Eats.

Ondertussen zijn we ook al een beetje gewoon aan de ‘powershedding’. Er is een tekort aan elektriciteit en daarom sluiten zo zo’n 5 uren per dag bepaalde gemeentes af van het net. Waar ze bij ons al jaren van spreken, is hier dus gewoon dagelijkse realiteit. In onze hotels hebben we daar niet zo heel veel last van. Ze hebben allemaal een eigen generator, maar de zware verbruikers zoals airco/verwarming gaan dan wel uit. Licht, internet en zo blijven meestal wel gewoon werken. In onze B&B (Ocean View House) gaat de verwarming en alle stopcontacten uit. Modern als ze zijn, is er een app om te zien wanneer bij jou de stroom uit gaat. Terwijl ik dit zit te typen gaat hier boven mij de airco net aan… Ik denk dat de situatie in de townships net iets anders is.

Er is nog iets grappigs aan onze B&B. De badkamers hebben een glazen vloer, waaronder zeebeesten tentoongesteld zijn. Het doet een beetje vreemd aan om daarover te stappen. En het toilet staat in de douche :-).

Werken met en zonder lichten

Wanneer er werken zijn aan de weg en er moet een stuk weg tijdelijk afgesloten worden, dan zetten ze bij ons verkeerslichten aan beide kanten van de werken. Hetzelfde goede systeem hebben ze hier ook. Soms zijn dit gewoon verkeerslichten met echte lichtjes. Soms ook zonder lichtjes. Dan worden de werken dan ook voorafgegaan door een bord ‘Road maintenance. Waiting time can take up to 10 minutes. Please be patient.’. En dan staat er langs elke kant gewoon een menselijke verkeerslicht die telkens het bord moet draaien van ‘Stop’ naar ‘Go’.

Epice

‘s Avonds hadden we gereserveerd bij Epice. In dit ‘fine dinner’ restaurant draait alles rond kruiden. Zo kwam men voor de menu met een kar met een box met allerlei kruiden om te raden wat ze waren. En bijna alle kruiden in die box waren in het menu verwerkt. Dit menu van sterrenniveau hebben we (echt waar) €60 / persoon betaald. De aangepaste wijnen er bij kwamen nog eens op €30 / persoon. Maar het waren dan wel allemaal Zuid Afrikaanse topwijnen.

De verschillende gerechten en de handdoekjes, … werden geserveerd in kommetjes in de vorm van kruiden (chili, steranijs, …). Na het eerste gerecht kwam een vriendelijk meisje met een kar met daarop drie verschillende sorbets. Zij werd echter bijna onmiddellijk onderbroken door de Maitre D met de melding dat ze later in het menu nog eens zou terugkomen. Het bleek voor de tafel naast ons te zijn. Enkele gerechtjes later kregen we dan toch nog onze sorbets.

Zoals gewoonlijk morste Bart wat saus op zijn T-shirt en toen hij zijn servet in zijn t-shirt stak om die te beschermen viel er een punt van de servet in de saus. Hij heeft het dan maar opgegeven en zo verder op zijn t-shirt gemorst.

Toen we later voldaan terug stapten naar onze B&B (zo’n 10 minuutjes stappen), bleken we zelfs wat verre familie in het dorp te hebben.