We reden gisteren van Ooty naar een 50km verder en 1.000m lager gelegen ander bergdorp met een 120 jaar oude stoomtrein. Daarna ging de rit verder naar Cochin. Een rit van maar liefst 7 uren. De afstanden zijn niet heel groot, het duurt alleen heel lang door de vele omleggingen die telkens veranderen in één grote chaos.
Nog in de bergen werd ons busje uitgezwaaid door tientallen aapjes lang de kant van de weg. Voor de rest veel geslapen in het busje. Om mijn darmen de kans te geven een beetje te herstellen, heb ik de hele dag overleefd op bananen en soda…
Vandaag heeft de Indische keuken ons even laten voelen dat we toch nog niet helemaal aangepast zijn. We hadden alle vier last van maag en darmen. Dus het was een rustdag.
We moesten dan ook bijna 4 uur rijden naar Ooty, een bergdorp dat blijkbaar veel bezocht wordt door pasgetrouwde koppeltjes. Dit vooral omdat het hier maar 15-20 graden is. Het is nu nog altijd zo dat 85% van de huwelijken door de ouders gearrangeerd worden. En binnen de eigen kaste. Er is tevens een systeem die de lagere castes, vrouwen, gehandicapten voorrang geeft voor een nieuwe job. Het was de bedoeling dat ze dat maar voor 10 jaar zouden hanteren, maar ondertussen is het sinds Ghandi nog steeds in voegen.
Onderweg reden we door een wildpark, waar we veel herten, wilde everzwijnen, pauwen en enkele olifanten zagen. En natuurlijk enkele aapjes. Maar die waren we andere dagen on-the-road ook al tegengekomen.
De rest van de dag was een slaap-, lees- en rustdag. Met ’s avonds enkel wat springrolls bij een black rhum en voor de dames het obligate Kingfisher bier.
Na het ontbijt zijn we naar het paleis van Tipu geweest. Daar vielen vooral de muurschilderingen op. Een lokale hagedis was zo vriendelijk om voor mij te poseren.
Onderweg zijn we even gestopt aan een staatsschooltje. Enkele leerlingen waren er een toets aan het maken. Je kan wel stellen dat wij de orde goed verstoord hebben. De slimsten van de klas werkten gewoon verder tijdens ons bezoek. Line heeft met haar geoefend oog zelf een leerling zien afschrijven (maar heeft niets gezegd :-)).
Daarna zijn we naar de Kesava tempel geweest. Die wordt niet meer actief gebruikt. De Hindu’s geloven dat de Goden in de beelden leven. Maar zodra een beeld beschadigd geraakt, verliest het zijn Goddelijkheid. Daar deze tempel aangevallen en beroofd werd door Moslims, en ze daarbij alle beelden (meestal de neus) vernielden, is dit nu een monument geworden. Maar wat een schitterende tempel!
’s Middags zijn we dan naar het Mysuru paleis geweest. Een recent (1917 of zoiets), maar immens gebouw waarin een aantal schitterende zalen te zien zijn. De huidige koninklijke familie van Mysuru woont er nog steeds.
’s Avonds wordt het paleis verlicht met duizenden lichtjes, maar voor de honderdste verjaardag van het overlijden van één van de belangrijkste koningen was er nu een concert en bleven de lichtjes in plaats van 10 minuten tijdens het concert 2 uren branden.
Voor ons vertrek uit Bangalore zijn we nog het zomerpaleis van Tipu gaan bekijken. Een paleis voor het grootste deel opgetrokken uit teak hout. Onderweg hebben we nog kunnen genieten van een kokosnoot langs de ‘state highway’ en zijn we verdergetrokken naar Mysore. Het valt op dat de omgeving groener wordt en dat er hier veel meer aan landbouw gedaan wordt.
Eens aangekomen in Mysore zijn we eerst een heel oude fruit/groenten/bloemen markt gaan bekijken. Daarna was het plan om de berg op te rijden voor een heel mooi uitzicht op de stad. Maar ongeveer halfweg op de berg heeft de moeson er anders over beslist. Ondertussen was de vallei gevuld met laaghangende wolken en was het aan het stortregenen.
Het avondeten hebben we in het hotel genoten, in een ’theme restaurant’. Dat bleek zowaar een heuse jungle te zijn, compleet met slangen en tijgers en zo.
Onze twee gidsen dachten van ons een nieuwe ervaring te moeten geven in ons eetpatroon en brachten ons naar een… zie titel. Dit had ik nog nooit gezien. Bangalore heeft vermoedelijk een grote groep buitenlanders die hier werkt en die wel eens iets anders willen dan veg, kip of lam.
Maar wij vonden dit zo raar en een beetje respectloos ten opzichte van onze Hindoe begeleiders, dat wij alle vier kip aten. Wipin en Gudu (wat hun meer uitspreekbare namen zijn, want Gudu noemt eigenlijk Narrendra) moesten zelfs in een ander restaurant gaan eten, want er was niets vegetarisch voorhanden.
Bier was er dan weer niet in deze steakhouse… terwijl er wel NA bier op de kaart staat. Maar dat komt wel vaker voor, zelfs in de hotels. Een deel van het menu of dranken zijn er niet.
De Indiërs drinken zwarte thee, peppen die wat op met gember, kruidnagel en zwarte peper en laten die inkoken met koeienmelk en suiker. Heerlijk! Veel beter dan hun koffie, die meestal een bizarre bijsmaak heeft en heel sterk is.
Maar we hebben gisteren ook een fruitsnoepje gekregen van de gids, dat binnenin opgevuld was met wat zij ‘black salt’ genoemd hebben. Hiervoor hadden ze beslist een zevende smaak moeten uitvinden. Ik vat het samen als: speciaal hé!
De eerste dag was het al prijs. Ik heb de eerste wet van guru Iris aan mijn laars gelapt, en ze heeft daarna ook nog zelf gezondigd. Want we hebben na onze veg maaltijd een zeer lekker bolletje ijs gegeten. Iets wat in vorige reizen absoluut ‘not-done’ was!